BTW verlegd en opgaaf Uitbetaling bedragen aan derden (UBD)

In 2023 bestond onduidelijkheid over de opgaaf UBD (Opgaaf Uitbetaling bedragen aan derden) in situaties waarin een natuurlijk persoon in 2022 werkzaamheden verricht had en daarvoor een factuur met btw-verlegd uitreikte (hierna: btw-verlegd situaties).

Uit overleggen tussen de koepelorganisaties en de Belastingdienst is destijds niet duidelijk geworden dat voor de zogenaamde btw-verlegd situaties een opgaaf UBD gedaan moest worden. Pas uit recente uitingen van de Belastingdienst in de vragen en antwoorden over de opgaaf UBD en in de Nieuwsbrief Loonheffingen 2024 kon worden opgemaakt dat de Belastingdienst van mening is dat toch een opgaaf UBD gedaan moet worden.

De opgaaf UBD 2023 had uiterlijk 31 januari 2024 gedaan moeten zijn. Gebleken is dat niet bij iedereen op tijd bekend was dat ook voor de btw-verlegd situaties een opgaaf UBD 2023 gedaan moest worden. Om die reden hebben koepelorganisaties de Belastingdienst gevraagd om soepel om te gaan met een uitstel voor de opgaaf UBD 2023 in btw-verlegd situaties.

Voor de btw-verlegd situaties zal in veel gevallen geen opgaaf UBD 2022 gedaan zijn. Deze opgaaf had uiterlijk 31 januari 2023 (en bij uitstel uiterlijk begin april 2023) ingediend moeten zijn. In 2023 was voor velen nog niet duidelijk, dat volgens de Belastingdienst voor btw-verlegd situaties een opgaaf UBD gedaan moest worden. In de uitingen van de Belastingdienst uit die periode is ook niets te vinden dat er expliciet op wijst dat de Belastingdienst die mening had.

De Belastingdienst geeft in een reactie aan dat geen massaal uitstel wordt verleend voor de opgaaf UBD 2023 bij btw-verlegd situaties. Wel kan uitstel voor het aanleveren van de gegevens worden gevraagd via het proces.

In het vraag- en antwoorddocument van de Belastingdienst is opgenomen dat onder vermelding van de reden schriftelijk uitstel gevraagd kan worden bij de inspecteur van het belastingkantoor waar de aanleveraar onder valt. Dit kantoor staat bijvoorbeeld op de aangiftebrief loonheffingen van een inhoudingsplichtige.

De koepelorganisaties raden aan om zo spoedig mogelijk uitstel voor het indienen van de opgaaf UBD 2023 te vragen in situaties waarin dit nog niet is gebeurd. Vorig jaar ging de Belastingdienst coulant om met het vragen van uitstel. Dat zal voor dit jaar ook de verwachting zijn, maar wees dan wel snel met het uitstel aanvragen.

Op de vraag hoe de Belastingdienst omgaat met situaties waarin in 2023 geen opgaaf UBD 2022 is gedaan doet de Belastingdienst geen toezegging dat er geen sancties volgen bij het niet doen van de opgaaf UBD 2022 in btw-verlegd situaties.

In een speciaal Becon-overleg over de opgaaf in btw-verlegd situaties heeft de Belastingdienst aangegeven dat voor btw-verlegd situaties ook nog een opgaaf UBD 2022 gedaan moet worden. De aanleveraars moeten in overleg treden met de inspecteur van het belastingkantoor waar zij onder vallen voor het maken van maatwerkafspraken en de wijze waarop alsnog de opgaaf UBD 2022 gedaan moet worden. Er kan ook contact worden opgenomen via het emailadres gegevensuitwisseling@belastingdienst.nl of de BelastingTelefoon (0800-0543).

De Belastingdienst heeft aangegeven dat in principe een opgaaf UBD 2022 gedaan moet worden. Daarom is het belangrijk om met de Belastingdienst in contact te treden voor het maken van maatwerkafspraken. Op die manier hebben de aanleveraars de Belastingdienst in ieder geval in een zo vroeg mogelijk stadium geïnformeerd over de aanwezigheid van btw-verlegd situaties in hun onderneming.

De Belastingdienst heeft nog niet gereageerd op de vraag of en zo ja op welke wijze opgaaf UBD gedaan moet worden in geval van verrichte werkzaamheden door een eenmanszaak met personeel of door een eenmanszaak die personen inhuurt in btw-verlegd situaties.

De opgaaf UBD vormt voor de Belastingdienst contra-informatie. Na een selectieprocedure wordt deze informatie ook verwerkt in de VIA als resultaat uit overige werkzaamheden (ROW). Ook opgaven UBD die gedaan worden na 1 februari 2024 worden periodiek verwerkt in de VIA. Het is op dit moment niet duidelijk of een belastingplichtige die de ROW uit de aangifte verwijderd en verwerkt als winst uit onderneming standaard een vragenbrief krijgt van de Belastingdienst.

Mocht u hier vragen over hebben of assistentie nodig zijn bij het indienen van uw opgaaf UBD of uitstelverzoek, aarzel dan niet om contact op te nemen met uw belastingkantoor of het Raadhuis Pekela.

Met vriendelijke groet, Het Raadhuis Pekela BV

Nieuwe vacature beschikbaar

Op dit moment zoeken wij een administratief medewerker (met doorgroeimogelijkheden naar relatiebeheer). Bekijk deze vacature

Prinsjesdag 2023 | voor u als IB-ondernemer

In het Belastingplan 2024 zit een groot aantal fiscale maatregelen opgenomen die ondernemers direct raken. In samenwerking met Marree & Van Uunen Belastingadviseurs heeft NOAB deze notitie opgesteld, waarin de belangrijkste maatregelen voor u als IB-ondernemer aan de orde komen. Let wel, het zijn alleen zaken die specifiek over ondernemers in de inkomstenbelastingsfeer gaan. Los van deze maatregelen zijn er nog veel meer fiscale wijzigingen aangekondigd. Daarnaast zijn er vorig jaar ook al maatregelen aangekondigd, die met ingang van 2024 (of zelfs nog later) in werking treden.

Hierbij geldt een groot voorbehoud: deze notitie is geschreven op basis van de inhoud van het Pakket Belastingplan 2024, zoals die op 19 september 2023 bekend is gemaakt.. Het kan zijn dat de definitieve uitwerking van de plannen in de uiteindelijke wetgeving nog anders wordt.

Zelfstandigenaftrek

De zelfstandigenaftrek (ZA) is een aftrekpost voor ondernemers die voldoen aan het urencriterium, dat wil zeggen als hoofdregel minstens 1225 uur per jaar in hun onderneming werkzaam zijn.

Vorig jaar was al aangekondigd dat de zelfstandigenaftrek versneld wordt afgebouwd. Dit jaar (2023) werd de zelfstandigenaftrek nog € 5030, volgend jaar wordt hij € 3750 en wordt verder afgebouwd tot € 900 in 2027. De startersaftrek blijft wel de huidige € 2.123.

In een tabel:

Jaar

Aftrek

2023

5.030

2024

3.750

2025

2.470

2026

1.200

v.a. 2027

900

Wat betekent dat concreet voor u:

  • door de daling van de zelfstandigenaftrek stijgt uw fiscale winst de komende jaren;
  • door de stijging van de fiscale winst bent u meer box 1-heffing verschuldigd.

Mkb-winstvrijstelling

De mkb-winstvrijstelling is een vrijstelling die alle IB-ondernemers krijgen, ongeacht of ze voldoen aan het urencriterium of niet. De aftrek bedraagt tot en met 2023 nog 14% van de winst, maar wordt volgend jaar teruggebracht naar 12,7% van de winst.

Dat betekent dat de belastingheffing over uw winst uit onderneming effectief stijgt.

Tarief inkomstenbelasting box 1

Het inkomstenbelastingtarief in box 1 wordt verhoogd. De eerste schijf (bij een box 1-inkomen in 2023 tot € 73.031) stijgt van 36,93% naar 36,97% in 2024. Verder wordt de eerste schijf verlengd van € 73.031 naar € 75.624. Dat lijkt mee te vallen, maar door het verlagen van de mkb-winstvrijstelling stijgt het effectief tarief toch nog substantieel.

Daar staat tegenover dat voor iedereen de algemene heffingskorting wordt verhoogd, evenals de arbeidskorting waar onder andere ook u als IB-ondernemers recht op heeft.

Wat betekent dat concreet voor u:

  • u wordt over uw winst meer inkomstenbelasting verschuldigd;
  • hoeveel meer hangt helemaal van uw privésituatie af. Dat is echt maatwerk.

In een tabel:

Box 1-inkomen

IB/PH

van

tot

0

75.624

36,97%

75.624

49,50%

Alleen is bij deze tarieven geen rekening gehouden met de mkb-winstvrijstelling. Als we ook met die aftrek rekening houden, bedragen de box 1-tarieven voor ondernemers:

Box 1-inkomen

IB/PH

van

tot

0

75.624

32,28%

75.624

44,81%

Maar nog steeds zijn dit de ‘kale’ inkomstenbelastingtarieven. Hierbij is geen rekening gehouden met bijvoorbeeld de arbeidskorting (AK), algemene heffingskorting (AHK) en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (ZVW). Als we daar ook rekening mee houden, luidt de effectieve marginale belastingdruk voor ondernemers:

Bedrijfsresultaat[1]

Box 1-heffing

van

tot

3.750

11.803

29,36%

11.803

25.498

6,897%

25.498

32.277

13,549%

32.277

39.898

41,629%

39.898

75.624

50,757%

75.624

85.794

52,348%

85.794

90.375

47,028%

 

90.375

125.198

51,315%

125.198

44,805%

Willekeurige afschrijvingen over 2023

Al eerder was besloten om de economische ontwikkeling in Nederland te stimuleren door het toestaan van een versnelde afschrijving op een aantal bedrijfsmiddelen. De concrete aanleidingen waren de energiecrisis en de oorlog in Oekraïne.

Het gaat om een tijdelijke verruiming van willekeurige afschrijvingen tot maximaal 50% in het kalenderjaar 2023. Die verruiming geldt overigens zowel voor IB-ondernemers als voor bv’s. En staat helemaal los van bijvoorbeeld een eventuele aanspraak op investeringsaftrek.

Wat betekent dat concreet voor u: u mag investeringen die u nog in 2023 doet, dit jaar al voor 50% afschrijven. En de rest schrijft u volgens het normale stelsel af.

Voorbeeld:

  • u investeert in 2023 voor € 100.000 in een machine die u normaal gesproken in vijf jaar zou afschrijven. Stel dat de restwaarde € 20.000 bedraagt;
  • dan mag u in 2023 al (€ 100.000 -/- € 20.000) x 50% = € 40.000 afschrijven in plaats van normaal gesproken (€ 100.000 -/- € 20.000) / 5 jaar = € 16.000;
  • de andere vier jaar mag u de rest afschrijven, ofwel € 10.000 per jaar, zodat u daarna de restwaarde van € 20.000 hebt bereikt.

Het voordeel hiervan is dat u een liquiditeitsvoordeel hebt. In 2023 betaalt u minder inkomstenbelasting, maar komende jaren uiteraard weer meer. Per saldo maakt het voor wat betreft de totale afschrijvingskosten niet uit, u haalt ze alleen naar voren.

U mag overigens alleen willekeurig afschrijven als u aan een aantal voorwaarden voldoet:

  • het geldt alleen voor nieuwe bedrijfsmiddelen, niet voor gebruikte;
  • u moet in 2023 de investeringsverplichting zijn aangegaan;
  • ingebruikname moet plaatsvinden vóór 1 januari 2026.

De faciliteit geldt niet voor alle investeringen. Een aantal is uitgesloten, zoals investeringen in gebouwen, schepen en sommige personenauto’s. Ook bedrijfsmiddelen die zijn bestemd om hoofdzakelijk ter beschikking aan anderen te stellen, zijn uitgesloten.

Wat betekent dat concreet voor u:

  • voor bepaalde investeringen kan het slim zijn om die nog dit jaar (2023) te doen;
  • alleen overleg vooraf met uw NOAB-adviseur om te kijken de willekeurige afschrijving überhaupt wel van toepassing is op die investering.

Afschaffing gebouwen

Dit jaar mag u gebouwen nog afschrijven tot maximaal 50% van de WOZ-waarde, de zgn. bodemwaarde. Althans, als het gaat om gebouwen die u zelf in uw onderneming gebruikt. Voor verhuurde gebouwen geldt 100% van de WOZ-waarde als bodemwaarde voor de afschrijvingen.

Het percentage van 50% wordt volgend jaar verhoogd naar 100%. Dus zowel panden in eigen gebruik als verhuurde panden mogen dan tot maximaal 100% van de WOZ-waarde worden afgeschreven.

Het is overigens niet zo dat als de huidige boekwaarde van een gebouw al lager is dan die WOZ-waarde, u (belast) moet gaan herwaarderen tot die hogere bodemwaarde.

Wat betekent dat concreet voor u: u zult sneller de bodenwaarde van gebouwen hebben bereikt, waardoor u niet langer op het gebouw mag afschrijven.

Herinvesteringsreserve

Als u een bedrijfsmiddel met boekwinst verkoopt, moet u afrekenen over die boekwinst. Onder omstandigheden mag u die boekwinst doorschuiven naar een ander bedrijfsmiddel waarin u juist weer investeert. Dan geldt nu nog als eis, dat het nieuwe bedrijfsmiddel in de zelfde onderneming moet worden gebruikt als de onderneming waaruit het oude bedrijfsmiddel is verkocht.

Die laatste voorwaarde vervalt met ingang van 2024, althans als sprake is van een gedeeltelijke staking van de ene onderneming wegens overheidsingrijpen. Die verruiming is vooral bedoeld voor agrariërs die hun bedrijf gedeeltelijk willen beëindigen en daarnaast een nieuwe onderneming willen opstarten. Zij mogen dan boekwinst op bedrijfsmiddelen van hun ene oude onderneming afboeken op bedrijfsmiddelen waarin ze in de andere nieuwe onderneming investeren.

Wat betekent dat concreet voor u:

  • als u door overheidsingrijpen een deel van uw onderneming moet staken, kunt u onder voorwaarden de boekwinst op bedrijfsmiddelen die u verkoopt, afboeken op bedrijfsmiddelen in een andere onderneming die u heeft of opstart.

Bedrijfsopvolgingsregeling

U kunt als IB-ondernemer uw onderneming onder voorwaarden fiscaal erg gunstig overdragen aan iemand anders. Als dan sprake is van een schenking, is niet of nauwelijks schenkbelasting verschuldigd op grond van de zgn. BedrijfsOpvolgingsRegeling (BOR).

De BOR wordt in de komende jaren (al vanaf 2024) op een flink aantal punten versoberd en op een aantal punten juist weer verruimd. Zo veranderen bijvoorbeeld de vrijstellingsbedragen. Soms is het gunstig om een bedrijfsopvolging naar voren te halen (zo is de BOR bij een schenking vanaf 2025 alleen toegestaan als de verkrijger ten minste 21 jaar oud is), soms is het vanuit een fiscaal perspectief juist weer gunstig om hiermee te wachten (omdat bijvoorbeeld minder strenge eisen aan de bezitsperiode van de onderneming worden gesteld). Althans, als uw planning dat toestaat. Het spreekt voor zich dat u zich nooit door alleen fiscale regels moet laten leiden. U bepaalt uw eigen marstempo. Alleen als u toch van plan bent om uw bedrijf over te dragen, is het slim om goed over het tijdstip van overdracht na te denken.

Wat betekent dat concreet voor u:

  • het kan zijn dat het vervroegen of vertragen van een bedrijfsopvolging fiscaal gunstig kan uitpakken;
  • bespreek dit met uw NOAB-adviseur: in welk jaar is in uw specifieke situatie een bedrijfsopvolging het meest gunstig, althans vanuit een fiscaal perspectief.

Andere maatregelen

Behalve bovenstaande maatregelen gaat nog een aantal fiscale zaken veranderen, die voor u als IB-ondernemer belangrijk kunnen zijn.

Energie-investeringsaftrek (EIA)

De EIA wordt verlaagd van 45,5% dit jaar naar 40% in 2024. De regeling kostte de overheid meer geld dan het budget was. Er zou oorspronkelijk ook een investeringsplafond worden geïntroduceerd, maar dat gaat niet door.

Onbelaste reiskostenvergoeding

De onbelaste reiskostenvergoeding voor zakelijke kilometers en woon-werkverkeer wordt verhoogd. Nu is die nog € 0,21 per kilometer (2023), maar wordt vanaf volgend jaar verhoogd naar € 0,23.

Daarbij maakt het niet uit hoe de werknemer reist: met de auto, met de fiets of te voet.

Verruiming vrijstelling OV-kaart

Als u een werknemer een OV-kaart geeft, geldt het privégebruik dat die werknemer ermee kan behalen vanaf volgend jaar als een gerichte vrijstelling in de WKR. Ongeacht of u de kaart aan de werknemer ter beschikking stelt, aan hem geeft of u hem een vergoeding daarvoor geeft.

 

Wel geldt als eis dat de werknemer die OV-kaart in welke mate dan ook voor zakelijke reizen (waartoe ook woon-werkverkeer hoort) gebruikt. Dat scheelt administratief ongemak.

 

Daardoor hoeft u niet langer in uw administratie bij te houden hoeveel de werknemer de OV-kaart privé en zakelijk gebruikt.

Vrije ruimte WKR

Alleen dit jaar is de vrije ruimte eenmalig uitgebreid naar 3% over de eerste € 400.000 fiscale loonsom. Vanaf 2024 wordt de vrije ruimte over de eerste € 400.000 weer 1,92%. Over het bedrag boven de € 400.000 is en blijft de vrije ruimte 1,18%.

 

Vergeet niet om die vrije ruimte voor uw personeel te benutten.

Lijfrenteruimte

U mag vanaf 1 januari 2023 (let wel: 2023!) meer lijfrentepremies aftrekken, of geld op een geblokkeerde bankspaarrekening storten. In het kader van taxplanning kan dat erg gunstig zijn. Zo is de jaarruimte over 2023 gestegen naar maximaal € 34.550 en is de reserveringsruimte uitgebreid tot tien jaar in plaats van zeven jaar.

 

Zeker voor u als IB-ondernemer kan dat belangrijk zijn, omdat dit jaar (per 1 januari 2023) toevoegen aan de fiscale oudedagsreserves (FOR) is afgeschaft.

En wat nog meer wijzigingen

Maar er zijn nog meer veranderingen aangekondigd, die niet zozeer u als ondernemer raken maar toch belangrijk genoeg zijn om ze te noemen:

  • tot en met 2023 kreeg u een betalingskorting als u een voorlopige aanslag inkomstenbelasting ineens betaalde. Die betalingskorting wordt met ingang van 2024 afgeschaft;
  • agrarische goederen en diensten vallen vanaf 2024 niet langer onder het lage btw-tarief van 9% maar onder het algemene 21%-tarief;
  • in de box 3-heffing zijn helaas nóg meer onduidelijkheden en onzekerheden ontstaan. Er is een grote kans dat de Hoge Raad het rechtsherstel dat geldt voor de periode tot en met 2026 in strijd met het EVRM acht. Die kans is gestegen door een advies van de Advocaat-Generaal aan de Hoge Raad. Het is erg belang dat u – zodra u een aanslag ontvangt met daarin een box 3-heffing – dit bespreekt met uw NOAB-adviseur. Wellicht dat die aanslag voor het box 3-gedeelte onrechtmatig is;
  • de Wet Toekomst Pensioenen (WTP) is met ingang van 1 juli 2023 in werking getreden. Wij raden u aan om hierover met uw pensioenadviseur in overleg te treden, want de kans is groot dat u vóór 2028 uw pensioenregelingen moet aanpassen;
  • de schenkvrijstelling eigen woning is weliswaar al per 1 januari 2023 afgeschaft, maar op grond van het overgangsrecht kan het zijn dat u dit jaar (2023!) nog een schenking uit 2022 belastingvrij mag aanvullen tot maximaal € 106.671. Dan moet dat geld wel vóór 1 januari 2025 door de begiftigde aan zijn eigen woning zijn besteed.

Ten slotte

Deze notitie geeft de belangrijkste wijzigingen weer die op Prinsjesdag 2023 bekend zijn gemaakt. En dan speciaal voor u, als IB-ondernemer.

Maar het zijn algemene regels. Het spreekt voor zich dat ik graag met u wil bespreken wat dit nu precies in uw situatie voor gevolgen met zich meebrengt.

Prinsjesdag 2023 | voor u als dga met uw eigen bv

Prinsjesdag voor u als dga met uw eigen bv

In het Belastingplan 2024 zit een groot aantal fiscale maatregelen opgenomen die directeur-grootaandeelhouders (dga’s) en hun eigen bv direct raken. In samenwerking met Marree & Van Uunen Belastingadviseurs heeft NOAB deze notitie opgesteld, waarin de belangrijkste maatregelen voor u als dga en uw eigen bv aan de orde komen. Let wel, het zijn alleen zaken die specifiek over dga’s en hun eigen bv gaan. Los van deze maatregelen zijn er nog veel meer fiscale wijzigingen aangekondigd. Daarnaast zijn er vorig jaar ook al maatregelen aangekondigd, die met ingang van 2024 (of zelfs nog later) in werking treden.

Hierbij geldt een groot voorbehoud: deze notitie is geschreven op basis van de inhoud van het Pakket Belastingplan 2024, zoals die op 19 september 2023 bekend is gemaakt.. Het kan zijn dat de definitieve uitwerking van de plannen in de uiteindelijke wetgeving nog anders wordt.

Tarief vennootschapsbelasting

Winst in een bv wordt belast met vennootschapsbelasting (Vpb). Het Vpb-tarief is op 1 januari 2023 omhoog gegaan, dit jaar blijft de Vpb gelijk aan die van vorig jaar. Dat is overigens pas voor het eerst sinds jaren.

De tarieven zijn:

  • een lage Vpb-schijf van 19% over de eerste € 200.000;
  • een hoge Vpb-schijf van 25,8% over de winst daarboven.

Wat betekent dat concreet voor u:

  • bv’s gaan in 2024 niet meer Vpb betalen;
  • als de winst van uw bv ruim in de tweede schijf van 25,8% valt, ofwel bij een winst in de bv vanaf € 200.000, moet u erover nadenken of u die winst niet beter kunt verdelen over meerdere (nieuwe) bv’s. Dat scheelt 6,8% Vpb over de winst boven € 200.000.

In een tabel:

Belastbaar bedrag

Vpb

 

van

tot

0

200.000

19,000%

200.000

25,800%

Tarief aanmerkelijk belang (box 2)

Als een bv dividend uitkeert aan haar dga, wordt dat nu tot en met 2023 nog belast met één vast tarief van 26,9% inkomstenbelasting in box 2. Ongeacht de hoogte van het dividend. Dit, afgezien van de voorheffing van 15% dividendbelasting die de bv bij het uitkeren van het dividend als voorbelasting inhoudt. Die ingehouden dividendbelasting wordt verrekend met box 2-heffing.

Het box 2-tarief verandert met ingang van 1 januari 2024. Er komen voortaan twee schijven:

  • de eerste € 67.000[1] bruto dividenduitkering wordt belast tegen 24,5%, wat in feite een verlaging van het tarief van 2022 met 2,4% betekent;
  • het meerdere bedrag dat aan bruto dividend wordt uitgekeerd wordt belast tegen 31%, wat een verhoging van het tarief met 4,1% betekent.

Wat betekent dat concreet voor u:

  • als u een dividend uitkeert dat minder is dan € 67.000, betaalt u vanaf 2024 2,4% minder inkomstenbelasting. Dan kunt u wellicht beter het uitkeren van dividend uitstellen tot 2024;
  • maar als u een hoger dividend uitkeert (bijv. voor de financiering van een grotere privébesteding of aflossing van de schuld bij uw eigen bv) betaalt u juist 4,1% meer box 2-heffing. In dat geval kunt u beter in 2023 dat grotere dividend uitkeren dan in 2024.

In een tabel:

Box 2-inkomen

IB

van

tot

0

67.000

24,5%

67.000

31,0%

Combinatie van Vpb en box 2-heffing

Winst die een bv behaalt, wordt eerst belast met 19% – 25,8% vennootschapsbelasting (tarief 2024). Als die netto winst van de bv (lees: het belastbaar bedrag van de bv na het betalen van Vpb) als dividend wordt uitgekeerd, wordt dat dividend vervolgens nog eens belast met 24,5% – 31% box 2-heffing (tarief 2024).

Wat een dga uiteindelijk aan belasting betaalt, heet ‘integrale heffing’. De hoogte daarvan hangt dus af van twee factoren:

  • hoe hoog de winst in de bv is;
  • hoeveel dividend uitgekeerd wordt.

De integrale heffing bedraagt vanaf 2024 minimaal 38,845% en maximaal 48,802%.

In een tabel:

Belastingheffing

Winst ≤ € 200.000

Winst > € 200.000

Box 2-tarief

24,5%

31,0%

24,5%

31,0%

Winst bv

100,000%

100,000%

100,000%

100,000%

Vpb

-19,000%

-19,000%

-25,800%

-25,800%

Nettowinst

81,000%

81,000%

74,200%

74,200%

Box 2-heffing

-19,845%

-25,110%

-18,179%

-23,002%

Netto dividend

61,155%

55,890%

56,021%

51.198%

Integraal tarief Vpb/IB

38,845%

44,110%

43,979%

48,802%

De wijziging van het Vpb-tarief en het box 2-tarief in 2024 betekent concreet voor u:

  • de ‘integrale heffing’ die u uiteindelijk als dga betaalt bedraagt minimaal 38,845% en maximaal 48,802%;
  • het is belangrijk om de winst per bv lager te houden dan € 200.000 en per jaar niet meer dan € 67.000 dividend uit te keren, dan is de ‘integrale heffing’ het laagst, namelijk 38,845%;
  • spreiding van winsten over meerdere bv’s en spreiding van dividenduitkeringen over meerdere jaren kan lucratief zijn.

Tarief inkomstenbelasting box 1

Het inkomstenbelastingtarief in box 1 wordt verhoogd. De eerste schijf (bij een box 1-inkomen in 2023 tot € 73.031) stijgt van 36,93% naar 36,97% in 2024. Verder wordt de eerste schijf verlengd van € 73.031 naar € 75.624. Daarnaast worden de algemene heffingskorting (AHK) en de arbeidskorting (AK) verhoogd.

Wat betekent dat concreet voor u:

  • u wordt over uw dga-loon meer inkomstenbelasting verschuldigd;

hoeveel meer hangt helemaal van uw privésituatie af. Dat is echt maatwerk.

In een tabel:

Box 1-inkomen

IB/PH

van

van

tot

0

75.624

36,97%

75.624

49,50%

Nu zijn dit wel de ‘kale’ inkomstenbelastingtarieven. Hierbij is geen rekening gehouden met de arbeidskorting (AK), algemene heffingskorting (AHK) en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (ZVW).

Als we dan kijken naar het effectieve marginale belastingtarief in box 1, ook rekening houdend met de AK, AHK en ZVW geldt de volgende tabel[1]:

Van

Tot

IB/PH

AHK

AK

ZVW

Effectief

0

11.803

36,970%

0,000%

-8,235%

5,320%

34,055%

11.803

24.904

36,970%

0,000%

-30,698%

5,320%

11,592%

24.904

25.498

36,970%

6,652%

-30.686%

5,320%

18,244%

25.498

39.898

36,970%

6,652%

-2,618%

5,320%

46,324%

39.898

71.624

36,970%

6,652%

6,510%

5,320%

55,452%

71.624

75.624

36,970%

6,652%

6,510%

0,000%

50.132%

75.624

125.198

49,500%

0,000%

6,510%

0,000%

56,010%

125.198

49,500%

0,000%

0,000%

0,000%

49,500%

Als voorbeeld: stel een dga heeft nu een salaris van € 54.000 en verhoogt dat naar € 59.000, dan kost hem dat uiteindelijk 55,452% meer inkomstenbelasting. En een verhoging van een dergelijk dga-loon in 2024 is door de tabelcorrectiefactor niet onwaarschijnlijk.

Lenen bij de eigen bv

Als u geld leent van uw eigen bv, mag dat vanaf 31 december 2023 niet meer zijn dan € 700.000. Dat bedrag van € 700.000 geldt voor u en uw fiscale partner samen. Andere familieleden, zoals kinderen, mogen daarnaast ook € 700.000 per persoon bij uw bv lenen. Daarbij tellen overigens leningen voor een eigen woning niet mee. Maar wel leningen die zijn gesloten voor de financiering van privé beleggingen (w.o. beleggingsvastgoed en vakantiewoningen), ondernemingen van kinderen, enzovoort.

Als u meer dan € 700.000 leent bij uw eigen bv, dan mag dat op zich wel, maar dan wordt het meerdere aangeduid als ‘excessief lenen’ en vervolgens met inkomstenbelasting belast alsof het een dividenduitkering is.

31 december 2023 is de eerste peildatum voor deze nieuwe regel. Dan wordt gekeken welk bedrag u totaal bij uw bv(‘s) hebt geleend. Als het op die datum hoger is dan € 700.000, kost dat belastingheffing. Als u op 31 december 2023 bijvoorbeeld € 800.000 hebt geleend bij uw eigen bv voor de financiering van een vakantiewoning, betaalt u over het meerdere boven € 700.000, ofwel over € 100.000 26,9% box 2-heffing (tarief 2023), ofwel € 26.900.

Daarbij worden overigens alle leningen van u en uw partner (ongeacht of het leningen zijn of rekening-courantschulden) bij elkaar opgeteld. Het aantal bv’s waarbij u heeft geleend maakt ook niet uit. Maar als u én een schuld aan uw eigen bv hebt én een vordering op uw bv, dan is het wellicht slim om die twee te salderen. Dan bent u minder belastingheffing verschuldigd.

Wat betekent dat concreet voor u:

  • het is belangrijk om goed in beeld te krijgen wat u op 31 december 2023 heeft geleend bij uw eigen bv;
  • als het ernaar uitziet dat u op 31 december 2023 meer dan € 700.000 leent bij uw eigen bv, is het slim om te kijken of het mogelijk is om een deel van dat bedrag voordien af te lossen, bijvoorbeeld door een dividenduitkering, of de overdracht van privé vermogen aan de bv.

Giftenaftrek in de Vpb

Als uw bv een gift doet aan bijvoorbeeld een ANBI of een steunstichting SBBI, is die gift dit jaar nog aftrekbaar voor de Vpb. Vanaf volgend jaar niet meer. De giftenaftrek was al beperkt tot 50% van de winst met een maximum van € 100.000, vanaf 2024 zijn giften helemaal niet meer aftrekbaar.

Dat geldt dus ook voor giften aan culturele instellingen. Daarvoor geldt dit jaar nog een extra aftrek van 50% met een maximum van € 2.500, vanaf 1 januari 2024 vervalt dat ook.

Daar staat tegenover dat als u vanaf volgend jaar uit uw bv dividend uitkeert, en u dat geldt onmiddellijk laat storten vanuit uw bv op de bankrekening van een ANBI of steunstichting SBBI, u daarover geen box 2-heffing hoeft te betalen. Ook hoeft geen dividendbelasting te worden ingehouden en afgedragen. Wil die box 2-vrijstelling van toepassing zijn, moet wel aan twee voorwaarden zijn voldaan:

  1. de bedragen moeten rechtstreeks door de bv worden overgemaakt aan het goede doel, en dus niet via de bankrekening van de dga;
  2. er mag geen sprake zijn van contante giften.

In dat geval geldt er overigens geen grens aan de vrijstelling. Giften uit een bv zijn nu nog voor maximaal € 100.000 aftrekbaar met een maximum van € 50.000, als dividend aan het goede doel wordt uitgekeerd geldt geen maximale vrijstelling.

Voor de goede orde: kosten van zakelijke uitgaven door vennootschappen aan goede doelen, zoals d.m.v. sponsoring of reclame blijven wel gewoon aftrekbaar.

Willekeurige afschrijvingen over 2023

Al eerder was besloten om de economische ontwikkeling in Nederland te stimuleren door het toestaan van een versnelde afschrijving op een aantal bedrijfsmiddelen. De concrete aanleidingen waren de energiecrisis en de oorlog in Oekraïne.

Het gaat om een tijdelijke verruiming van willekeurige afschrijvingen tot maximaal 50% in het kalenderjaar 2023. Die verruiming geldt overigens zowel voor IB-ondernemers als voor bv’s. En staat helemaal los van bijvoorbeeld een eventuele aanspraak op investeringsaftrek.

Wat betekent dat concreet voor u: u mag investeringen die u nog in uw bv in 2023 doet, dit jaar al voor 50% afschrijven. En de rest schrijft u volgens het normale stelsel af.

Voorbeeld:

  • u investeert in 2023 voor € 100.000 in een machine die u normaal gesproken in vijf jaar zou afschrijven. Stel dat de restwaarde € 20.000 bedraagt;
  • dan mag u in 2023 al (€ 100.000 -/- € 20.000) x 50% = € 40.000 afschrijven in plaats van normaal gesproken (€ 100.000 -/- € 20.000) / 5 jaar = € 16.000;
  • de andere vier jaar mag u de rest afschrijven, ofwel € 10.000 per jaar, zodat u daarna de restwaarde van € 20.000 hebt bereikt.

Het voordeel hiervan is dat u een liquiditeitsvoordeel hebt. In 2023 betaalt u minder Vpb, maar komende jaren uiteraard weer meer. Per saldo maakt het voor wat betreft de totale afschrijvingskosten niet uit, u haalt ze alleen naar voren.

U mag overigens alleen willekeurig afschrijven als u aan een aantal voorwaarden voldoet:

  • het geldt alleen voor nieuwe bedrijfsmiddelen, niet voor gebruikte;
  • u moet in 2023 de investeringsverplichting zijn aangegaan;
  • ingebruikname moet plaatsvinden vóór 1 januari 2026.

De faciliteit geldt niet voor alle investeringen. Een aantal is uitgesloten, zoals investeringen in gebouwen, schepen en sommige personenauto’s. Ook bedrijfsmiddelen die zijn bestemd om hoofdzakelijk ter beschikking aan anderen te stellen, zijn uitgesloten.

Wat betekent dat concreet voor u:

  • voor bepaalde investeringen kan het slim zijn om die nog dit jaar (2023) te doen;
  • alleen overleg vooraf met uw NOAB-adviseur om te kijken de willekeurige afschrijving überhaupt wel van toepassing is op die investering.

Bedrijfsopvolgingsregeling

U kunt als dga een deel of alle aandelen in uw eigen bv onder voorwaarden fiscaal erg gunstig overdragen aan iemand anders. Als dan sprake is van een schenking, is niet of nauwelijks schenkbelasting verschuldigd op grond van de zgn. BedrijfsOpvolgingsRegeling (BOR) en daarnaast is het mogelijk om box 2-heffing door te schuiven naar de begiftigde via zgn. DoorSchuifRegelingen (DSR).

De BOR en DSR worden in de komende jaren (al vanaf 2024) op een flink aantal punten versoberd en op een aantal punten juist weer verruimd. Zo veranderen bijvoorbeeld de vrijstellingsbedragen van de BOR. Soms is het gunstig om een bedrijfsopvolging naar voren te halen (zo is de BOR bij een schenking vanaf 2025 alleen toegestaan als de verkrijger ten minste 21 jaar oud is), soms is het vanuit een fiscaal perspectief juist weer gunstig om hiermee te wachten (omdat bijvoorbeeld minder strenge eisen aan de bezitsperiode van de onderneming worden gesteld). Althans, als uw planning dat toestaat. Het spreekt voor zich dat u zich nooit door alleen fiscale regels moet laten leiden. U bepaalt uw eigen marstempo. Alleen als u toch van plan bent om uw bedrijf over te dragen, is het slim om goed over het tijdstip van overdracht na te denken.

Wat betekent dat concreet voor u:

  • het kan zijn dat het vervroegen of vertragen van een bedrijfsopvolging fiscaal gunstig kan uitpakken;
  • bespreek dit met uw NOAB-adviseur: in welk jaar is in uw specifieke situatie een bedrijfsopvolging het meest gunstig, althans vanuit een fiscaal perspectief.

Andere maatregelen

Behalve bovenstaande maatregelen gaat nog een aantal fiscale zaken veranderen, die voor u als dga met uw eigen bv belangrijk kunnen zijn.

Energie-investeringsaftrek (EIA)

De EIA wordt verlaagd van 45,5% dit jaar naar 40% in 2024. De regeling kostte de overheid meer geld dan het budget was. Er zou oorspronkelijk ook een investeringsplafond worden geïntroduceerd, maar dat gaat niet door.

Onbelaste reiskostenvergoeding

De onbelaste reiskostenvergoeding voor zakelijke kilometers en woon-werkverkeer wordt verhoogd. Nu is die nog € 0,21 per kilometer (2023), maar wordt vanaf volgend jaar verhoogd naar € 0,23.

Daarbij maakt het niet uit hoe de werknemer reist: met de auto, met de fiets of te voet.

Verruiming vrijstelling OV-kaart

Als u een werknemer een OV-kaart geeft, geldt het privégebruik dat die werknemer ermee kan behalen vanaf volgend jaar als een gerichte vrijstelling in de WKR. Ongeacht of u de kaart aan de werknemer ter beschikking stelt, aan hem geeft of u hem een vergoeding daarvoor geeft.

 

Wel geldt als eis dat de werknemer die OV-kaart in welke mate dan ook voor zakelijke reizen (waartoe ook woon-werkverkeer hoort) gebruikt. Dat scheelt administratief ongemak.

 

Daardoor hoeft u niet langer in uw administratie bij te houden hoeveel de werknemer de OV-kaart privé en zakelijk gebruikt.

Vrije ruimte WKR

Alleen dit jaar is de vrije ruimte eenmalig uitgebreid naar 3% over de eerste € 400.000 fiscale loonsom. Vanaf 2024 wordt de vrije ruimte over de eerste € 400.000 weer 1,92%. Over het bedrag boven de € 400.000 is en blijft de vrije ruimte 1,18%.

 

Vergeet niet om die vrije ruimte voor u en uw personeel te benutten.

Lijfrenteruimte

U mag vanaf 1 januari 2023 (let wel: 2023!) meer lijfrentepremies aftrekken, of geld op een geblokkeerde bankspaarrekening storten. In het kader van taxplanning kan dat erg gunstig zijn. Zo is de jaarruimte over 2023 gestegen naar maximaal € 34.550 en is de reserveringsruimte uitgebreid tot tien jaar in plaats van zeven jaar.

 

Zeker voor u als dga kan dat belangrijk zijn, omdat u al een aantal jaren geen pensioenaanspraken in eigen beheer meer mag opbouwen.

En wat nog meer wijzigingen

Maar er zijn nog meer veranderingen aangekondigd, die niet zozeer u als dga raken maar toch belangrijk genoeg zijn om ze te noemen:

  • tot en met 2023 kreeg u een betalingskorting als u een voorlopige aanslag inkomstenbelasting ineens betaalde. Die betalingskorting wordt met ingang van 2024 afgeschaft;
  • agrarische goederen en diensten vallen vanaf 2024 niet langer onder het lage btw-tarief van 9% maar onder het algemene 21%-tarief;
  • in de box 3-heffing zijn helaas nóg meer onduidelijkheden en onzekerheden ontstaan. Er is een grote kans dat de Hoge Raad het rechtsherstel dat geldt voor de periode tot en met 2026 in strijd met het EVRM acht. Die kans is gestegen door een advies van de Advocaat-Generaal aan de Hoge Raad. Het is erg belang dat u – zodra u een aanslag ontvangt met daarin een box 3-heffing – dit bespreekt met uw NOAB-adviseur. Wellicht dat die aanslag voor het box 3-gedeelte onrechtmatig is;
  • de Wet Toekomst Pensioenen (WTP) is met ingang van 1 juli 2023 in werking getreden. Wij raden u aan om hierover met uw pensioenadviseur in overleg te treden, want de kans is groot dat u vóór 2028 uw pensioenregelingen moet aanpassen;
  • de schenkvrijstelling eigen woning is weliswaar al per 1 januari 2023 afgeschaft, maar op grond van het overgangsrecht kan het zijn dat u dit jaar (2023!) nog een schenking uit 2022 belastingvrij mag aanvullen tot maximaal € 106.671. Dan moet dat geld wel vóór 1 januari 2025 door de begiftigde aan zijn eigen woning zijn besteed.

Ten slotte

Deze notitie geeft de belangrijkste wijzigingen weer die op Prinsjesdag 2023 bekend zijn gemaakt. En dan speciaal voor u, als dga.

Maar het zijn algemene regels. Het spreekt voor zich dat ik graag met u wil bespreken wat dit nu precies in uw situatie voor gevolgen met zich meebrengt.

Schenken en teruglenen

Notariële akte noodzakelijk om erfbelasting te voorkomen bij constructie schenken-teruglenen

 

Heeft u een schenking gedaan en kort daarna het geschonken bedrag terug geleend, dan moet deze geldlening bij notariële akte zijn vastgelegd. Anders bespaart u geen erfbelasting.

 

Door de constructie schenken-teruglenen is sprake van een samenstel van rechtshandelingen. Volgens de Belastingdienst wilt u tijdens uw leven het geld niet definitief overdragen. Deze constructie kwalificeert derhalve als schenking des doods en een schenking des doods moet worden vastgelegd bij notariële akte.

 

Neemt u gerust contact met ons op als u hierover vragen heeft. Wij helpen u graag. U bereikt ons via info@raadhuispekela.nl of 0597613402.

Vrije ruimte werkkostenregeling 2020

 

Heeft u werknemers in dienst aan wie u vergoedingen en verstrekkingen geeft die u in de werkkostenregeling (hierna wkr) onderbrengt? Dan heeft u in 2020 meer mogelijkheden om dit onbelast te doen.

 

U kunt bij de meeste vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen kiezen om deze óf bij de individuele werknemer te belasten in de loonheffing óf deze aan te wijzen in de vrije ruimte van de werkkostenregeling (hierna wkr). Past u de wkr toe, dan kunt u gebruik maken van een aantal expliciete vrijstellingen (de zogenaamde gerichte vrijstellingen). Is er geen gerichte vrijstelling, dan komt de vergoeding, verstrekking of terbeschikkingstelling ten laste van de vrije ruimte. Deze vrije ruimte zou in 2020 1,7% van de eerste € 400.000 van de loonsom en 1,2% van de loonsom daarboven bedragen. Is de vrije ruimte volledig benut, dan betaalt u over het meerdere 80% heffing.

 

Voor het jaar 2020 is de vrije ruimte voor de eerste € 400.000 van de loonsom per werkgever echter eenmalig verhoogd naar 3%. Dit betekent dat de vrije ruimte maximaal € 5.200 hoger wordt dan in eerste instantie voorzien.

 

Op Prinsjesdag 2020 is bekend gemaakt dat in 2021 de vrije ruimte van de loonsom boven € 400.000 daalt van 1,2% naar 1,18%. De vrije ruimte van de eerste € 400.000 bedraagt vanaf 2021 weer 1,7%.

 

Neemt u gerust contact met ons op als u hierover vragen heeft. Wij helpen u graag. U bereikt ons via info@raadhuispekela.nl of 0597613402.

Omzetbelasting

KOR sneller van toepassing vanwege niet meetellen bijkomstige prestaties

 

Komt u mogelijk in aanmerking voor toepassing van de kleineondernemersregeling? Houd er dan rekening mee dat bepaalde vrijgestelde prestaties niet meetellen bij het vaststellen van de omzet indien deze als bijkomstig zijn aan te merken.

 

Het gaat daarbij om een aantal specifiek in de wet genoemde prestaties, zoals de levering en verhuur van onroerende zaken, bepaalde financiële diensten zoals het verstrekken van leningen tegen vergoeding en verzekeringsdiensten. Indien dergelijke prestaties samenhangen met andere handelingen, en daarmee niet tot uw gebruikelijke bedrijfsactiviteiten behoren, telt de omzet ervan niet mee voor de beoordeling of de omzetdrempel al dan niet wordt overschreden.

 

Het Hof van Justitie geeft in een arrest een toelichting op voornoemde bepaling. Het Hof van Justitie geeft aan dat de bijzondere regeling voor kleine ondernemingen als doelstelling heeft het verlichten van administratieve lasten voor deze ondernemers. Het Hof is van oordeel dat de verwezenlijking van deze doelstelling alleen kan worden gewaarborgd indien de administratieve lasten niet worden opgelegd bij prestaties, die niet tot de gebruikelijke bedrijfswerkzaamheden van de belastingplichtige behoren.

 

Neemt u gerust contact met ons op als u hierover vragen heeft. Wij helpen u graag. U bereikt ons via info@raadhuispekela.nl of 0597613402.